|
||||||||
| Actueel programma Cinema Paradiso |
| Iedere film van de Coen-broers
(o.a. Fargo) verschilt sterk van de voorafgaande.
Toch is er een element dat ze verbindt: de
groteske humor. Bij The Big Lebowski is de humor
meteen ook de kern van het sterke verhaal. De
humor van de Coens is altijd wat afstandelijk en
niet aan iedereen besteed. Maar voor wie ervan
houdt is hij onovertroffen. De film gaat over de aan lager wal
geraakte Lebowski (Jeff Bridges), bijgenaamd The
Dude, die bezoek krijgt van een aantal ongure
types. Ze zeggen dat zijn vriendin geld schuldig
is aan hun baas, terwijl The Dude geen vriendin
heeft, en ze pissen op zijn kleed. The Dude
ontdekt dat hij een rijke naamgenoot heeft, het
beoogde doelwit. Als hij bij hem verhaal gaat
halen begint de ellende, zeker als zijn
bowlingmaatje Walter (John Goodman) zich ermee
gaat bemoeien. De aaneenschakeling van absurde situaties, die soms aan Tarantino doen denken, de verrassende plotwendingen en de subtiele galgenhumor geven dat tintelende gevoel van grote cinema. Uiteraard staat ook de bijna vaste Coen-acteursploeg borg voor ijzersterke vertolkingen. Jeff Bridges speelt vooral zichzelf, terwijl John Goodman de show steelt als geschifte kluns. Tijdens de kegelwedstrijden geeft Steve Buscemi zijn strikes ten beste, maar overheerlijk is vooral de verschijning van John Turturro, een pedant ventje met ballen. Het is lang geleden dat we zo hard gelachen hebben bij een film en we waren niet de enigen in de zaal. The big
Lebowski |
6 augustus 1998. Op- en aanmerkingen, suggesties en vragen met betrekking
tot deze website? Stuur een mailtje aan Jan Luijsterburg.
Copyright © 1998 Filmhuis Roosendaal.